Studentenverenigingen onmisbaar voor coronastudent

3 september 2020

UTRECHT 3 september 2020 – De coronacrisis heeft, tegen de verwachtingen in, ervoor gezorgd dat het aantal inschrijvingen voor studentengezelligheidsverenigingen, met meer dan 50% stijgt. De Landelijke Kamer van Verenigingen (LKvV) is blij dat aankomende studenten via studentenverenigingen de kans pakken om hun nieuwe stad en medestudenten snel en goed te leren kennen.

Het aantal inschrijvingen bij studentengezelligheidsverenigingen is in decennia niet zo hoog geweest. Inmiddels zijn de inschrijfmomenten gesloten bij bijna alle bij de LKvV aangesloten verenigingen. De teller staat inmiddels op ruim 16.300, tegenover zo’n 10.000 vorig jaar, een stijging van ruim 50%.Meerdere verenigingen hebben door het hoge animo voor het eerst een ledenstop moeten hanteren. In Groningen, Utrecht en Eindhoven zijn de aantallen het sterkst toegenomen.

De precieze redenen voor de stijging van het aantal inschrijvingen laten zich raden, het heeft alles te maken met de coronacrisis en de zware tol op het studentenleven en de opgelegde beperking van de sociale omgang. Yorick van der Heiden, Praeses van de LKvV,is blij dat aankomende studenten de studentenverenigingen hebben gevonden om een sociaal netwerk op te bouwen in de voor hen nog onbekende stad.“Het is aannemelijk dat de afgelopen maanden van verplicht thuiszitten, hebben bijgedragen aan de motivatie van nieuwe studenten om actief het studentenleven in te duiken. Het opbouwen van een nieuw netwerk is in deze tijd lastiger en door het online onderwijs beperkt tot een paar contactmomenten. Studentenverenigingen bieden nu een veilige en unieke gelegenheid om, buiten de collegebanken en het online volgen van onderwijs, medestudenten van verschillende studies te leren kennen.”

Aan het begin van de coronacrisis, toen ook nog niet duidelijk was of verenigingen überhaupt hun deuren mochten openen, vreesden een aantal verenigingen voor het voortbestaan van de vereniging. Van der Heiden: “Alle studentenverenigingen zijn afhankelijk van de vrijwillige inzet van hun leden om deze draaiende te houden. Een erg laag inschrijvingsaantal zou komend jaar, maar ook zeker de daaropvolgende jaren voor grote problemen in de continuïteit kunnen zorgen.Gelukkig lijkt die angst nu voor niets te zijn geweest.”

Voor veel verenigingen is het een enorme opluchting dat de inschrijvingsaantallen boven alle verwachtingen uitstegen. Door deze geëxplodeerde interesse van aankomend studenten heeft een aantal verenigingen onverwacht een ledenstop in moeten voeren. Als gevolg hiervan hebben verenigingen meer studenten dan normaal moeten teleurstellen. Van der Heiden benadrukt dat er, naast studentenverenigingen, nog meer verenigingen en activiteiten zijn in een studentenstad om een warm netwerk op te bouwen.

De activiteiten voor de nieuwe eerstejaars kunnen volgens Van der Heiden zonder problemen plaatsvinden binnen de richtlijnen en maatregelen. “Sinds de verenigingen op 1 juni open zijn gegaan, zijn alle panden ingericht zoals dat ook in de horeca het geval is. Er wordt gewerkt met vaste zitplaatsen, reserveringen en gezondheidschecks, dat kan gewoon zo doorgaan. Alle verenigingenwerken hiertoe nauw samen met lokale GGD-en, gemeenten en (hoger) onderwijsinstellingen. Ook de uitstekende voorbereiding tijdens de stadsintroducties laat zien dat verenigingen hier zeer verantwoord mee om gaan en de nieuwe studenten een fantastische studententijd willen geven.”