Studeren en werken

23 januari 2014

Tijdens het schrijven van deze column is het vlak voor het kerstreces. Het begin van de misschien wat clichématig duurste maand van het jaar. Vlak voor het begin van het nieuwe jaar, maar bijna het einde van je portemonnee. De avonden zijn vaak donker en de gezelligheid op menig sociëteit staat nog even centraal in ieders gedachten. Tijdens de borrel op de sociëteit of tijdens het feest van je vereniging worden er voldoende alcoholische versnaperingen genuttigd met je club of dispuutsgenoten. Na een reeks feesten, je Kerst of Sinterklaas inkopen en natuurlijk de kaartjes voor een oud en nieuw feest, kom je tot de conclusie dat je centen op zijn. Je hebt nog drie sneetjes oud brood en een half plakje kaas. Dat is vervelend, maar hierdoor kom je tot de conclusie dat je het echt niet langer kunt uitstellen, je uitgaven zijn toch echt groter dan je inkomsten en je moet dus gaan werken.

Maar hoe pak je dat nou aan? Een bijbaantje moet natuurlijk wel bij je passen. Maak je de keuze om een gat in de nacht te gaan tappen in een kroeg of ga je voor een baantje bij de universiteit? Het zijn keuzes die voor je studententijd best veel gevolgen hebben. In de kroeg heb je het misschien meer naar je zin en leer je veel mensen kennen, maar ben je wel tot laat aan het werk en de kans dat je studie er bij inschiet is vrij groot. Een inhoudelijker baantje klinkt al vrij snel erg suf maar is misschien wel slim voor later of goed te combineren met je studie.

Wat je natuurlijk ook kunt doen is, zoals onze goedlachse Minister-President dat eens opperde, gewoon lekker gaan lenen. Wat je dan eigenlijk doet is het geld van de toekomst halen naar het nu. Eigenlijk een prima oplossing tot je na je afstuderen tegen een studieschuld aankijkt en die binnen twintig jaar af moet lossen.

De keuze is dus eigenlijk best lastig en deze moet goed overwogen worden. Van studenten wordt er al een zekere mate van zelfstandigheid gevraagd en een bijbaantje maakt dit alleen maar lastiger. Er moet voldoende tijd blijven voor de studie en voor de vereniging. Je moet steeds meer haasten en misschien kan je niet naar dat ene feestje omdat je de volgende dag moet werken. In de gouden driehoek van acht uur studeren, acht uur vereniging en acht uur slaap komt nu ineens een vierde speler om de hoek kijken. Het is dus zaak dat je goed afweegt wanneer je gaat werken en waaraan je minder tijd zal gaan investeren. Bij het lezen van deze column is het waarschijnlijk al na het kerstreces, dus je hebt net twee weken kunnen uitrusten, dus handen uit de mouwen en aan de slag!

Joost van der Biezen
ab Actis der Landelijke Kamer van Verenigingen